vrolijkheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Vrolijkheid
Uitspraak
Woordafbreking
  • vro·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vrolijkheid vrolijkheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vrolijkheid v

  1. een aangename stemming waarin men veel lacht, zich goed voelt en het leven optimistisch bekijkt
    • Met elke somberheid is het dan gedaan, enkel vrolijkheid die zich ontvouwt.[2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen