vroegen
Uiterlijk
- vroe·gen
| vervoeging van |
|---|
| vragen |
vroegen
- meervoud verleden tijd van vragen
- Wij vroegen.
- Jullie vroegen.
- Zij vroegen.
- Wij vroegen.
- ▸ Ze vroegen of ze een stukje met me mee konden lopen om te zien hoe het er daar uitzag.[1]
- ▸ Ze vroegen ons hoe het ongeluk had plaatsgevonden.[2]
- ▸ Jos en ik maakten grapjes aan tafel, we keken een serietje op de bank, we vroegen hoe het op het werk ging.[3]
- Het woord vroegen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Tatiana Rosnay“Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
- ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340