vrind
Uiterlijk
- vrind
- afleiding van vriend
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vrind | vrinden |
| verkleinwoord | vrindje | vrindjes |
de vrind m
- verbastering van vriend (vooral gebruikt in deftige kringen)
- Kroes vervolgt: „Nadat ik afgelopen zomer gestalkt was, zei mijn zoon, die in Amerika woont: ‘Als je nu geen actie onderneemt en een appartement zoekt, dan laat ik je opsluiten.’ En toen vond ik via een vrind een appartement met een afgesloten oprit en een doorman, vlak bij het Museumplein.”[1]
- Mijn in het zakenleven geslaagde vrindjes gaan liever golfen en voor een beroep op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid tonen zij zich doof. Meer geld voor minder volksvertegenwoordigers zou wel een goed idee kunnen zijn. Dan slaan we meerdere vliegen in een klap.[2]
- Het woord vrind staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vrind" herkend door:
| 79 % | van de Nederlanders; |
| 16 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ de Telegraaf 07 jul. 2017
- ↑ de Telegraaf 04 jan. 2017
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 79 %
- Prevalentie Vlaanderen 16 %