vrijzinnig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij·zin·nig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van vrij en zin met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vrijzinnig vrijzinniger vrijzinnigst
verbogen vrijzinnige vrijzinnigere vrijzinnigste

Bijvoeglijk naamwoord

vrijzinnig

  1. (religie) gelovig, maar niet aan dogma's gebonden
    Hij behoort aan een vrijzinnige kerkgemeenschap.
Antoniemen

Meer informatie