vrijwaring

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij·wa·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vrijwaring vrijwaringen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vrijwaring v

  1. het vrijwaren
  2. (juridisch) garantie dat iemand het genot zal kunnen hebben van een zaak of recht zonder verborgen aanspraken van derden en dat het vrij is van schulden, lasten en verborgen gebreken
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie