vrijvechten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij·vech·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vrijvechten
vocht vrij
vrijgevochten
klasse 3 volledig

Werkwoord

vrijvechten

  1. wederkerend door te vechten zichzelf bevrijden
    • De Libiërs vochten zich vrij en hielden hun eerste vrije verkiezingen. 

Gangbaarheid