vrijthof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrijt·hof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vrijthof vrijthoven
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vrijthof o [2]

  1. een omheinde plaats, een voorhof van de kerk of een omheinde hof

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen