vrijstaand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij·staand
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: vrijstaan
verbogen vorm: vrijstaande

vrijstaand

  1. onvoltooid deelwoord van vrijstaan
stellend
onverbogen vrijstaand
verbogen vrijstaande
partitief vrijstaands

Bijvoeglijk naamwoord

vrijstaand

  1. Niet ergens tegenaan staan.
    • Zij wonen een een prachtig vrijstaand huis. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.