vriendschappelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vriend·schap·pe·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vriendschappelijk vriendschappelijker vriendschappelijkst
verbogen vriendschappelijke vriendschappelijkere vriendschappelijkste
partitief vriendschappelijks vriendschappelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

vriendschappelijk

  1. in het kader van de vriendschap, niet competitief
    • Er werd een vriendschappelijke wedstrijd gespeeld. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.