vreet uit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vreet uit
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
uitvreten

vreet uit

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van uitvreten
  2. gebiedende wijs van uitvreten


Gangbaarheid