vredestijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

allegorie op de vredestijd onder stadhouder Willem II
Uitspraak
Woordafbreking
  • vre·des·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vredestijd vredestijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vredestijd m [1]

  1. een historische periode waarin men geen oorlog voert, periode dat er vrede heerst
    • Met de bevrijding van Mosul in juli is het kalifaat vrijwel verslagen. „We waren aanwezig in de oorlog en we zullen aanwezig zijn in vredestijd”, zei Le Drian.[2] 
    • Openheid en een gedeelde visie binnen organisaties is cruciaal, omdat dan een kritische houding en overleg mogelijk is, stelt Azough. Ze benadrukt dat het belangrijk is dat mensen die met jongeren werken, signalen van extremisme of radicalisering vroegtijdig herkennen en dan weten hoe zij het beste kunnen handelen. Voorkomen is het sleutelwoord. Het is niet goed om pas in actie te komen als er iets is gebeurd. „Dan is het al te laat. We moeten investeren in vredestijd”, stelt de rapporteur.[3] 
    • Doordat bij een draaimanoeuvre op 6 maart 1987 de boegdeuren nog openstonden kon het zeewater vrij de garagedekken instromen. Het schip lag binnen een minuut op zijn zij op een zandbank. Mede doordat het water ijskoud was, kwam de reddingsactie voor velen te laat. Het was de zwaarste Britse scheepsramp in vredestijd sinds de schipbreuk van de Titanic in 1912.[4] 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 26 aug. 2017
  3. de Telegraaf 29 mei 2017
  4. de Telegraaf 06 mrt. 2017