voyeur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voy·eur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voyeur voyeurs
verkleinwoord voyeurtje voyeurtjes

Zelfstandig naamwoord

voyeur m [3]

  1. iemand die minnende paren of vrouwen en meisjes die zich ontkleden bespiedt
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  voyeur     le voyeur     voyeurs     les voyeurs  

Zelfstandig naamwoord

voyeur m

  1. voyeur