vouwlijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vouw·lijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vouwlijn vouwlijnen
verkleinwoord vouwlijntje vouwlijntjes

Zelfstandig naamwoord

vouwlijn v/m

  1. een lijn waarlangs men makkelijk kan of moet vouwen; het kan ook de lijn zijn waarlangs al gevouwen is
    • Bij tijdschriften worden de bladen meestal dubbelgevouwen en worden de nietjes in de vouwlijn aangebracht. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.