vormsel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vorm·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vormsel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vormsel o

  1. (religie) een sacrament waardoor een gedoopte de kracht van de Heilige Geest ontvangt om zijn geloof standvastig te kunnen belijden
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie