vormgever

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

stofomslag gemaakt door vormgever Andries Oosterbaan
Uitspraak
Woordafbreking
  • vorm·ge·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vormgever vormgevers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vormgever m [1]

  1. (beroep) iemand de het uiterlijk van een industrieel product bepaalt
    • De schrijver, tekenaar en vormgever van kinderfiguurtje Nijntje is donderdagavond op 89-jarige leeftijd overleden. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC 17 februari 2017
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be