vormeis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vorm·eis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vormeis vormeisen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vormeis m

  1. (sport) de limiet die is gesteld qua vormbehoud om mee te mogen doen aan een wedstrijd
     Jansen haalde ook moeiteloos de limiet voor deelname aan de Europese kampioenschappen, eind juni in Helsinki. De vormeis daarvoor was een afstand van 57 meter.[1]
  2. richtlijn qua uiterlijke verschijning
     De traditionele strenge rijmschema’s worden zelden nog gehanteerd. Des te opvallender dus dat Bouwers daar heel dicht bij blijft en het vele eindrijm de stroom van zijn gedichten laat bepalen. Hoewel hij zich net niet echt voegt naar deze vormeis, laat hij zich er soms wel hinderlijk door dwingen.[2]

Gangbaarheid

44 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Vormbehoud discuswerpster Jansen” (20-04-2012), Tubantia
  2. Bronlink Weblink bron Klaas Fraanje “Met poëzie essentie benaderen of trachten te verwoorden” (06-06-2012), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be