voorzitten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·zit·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voorzitten
zat voor
voorgezeten
klasse 5 volledig

Werkwoord

voorzitten

  1. leiding geven aan een vergadering
    • Zij zat de vergadering van aandeelhouders voor. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.