Naar inhoud springen

voorwoord

Uit WikiWoordenboek
  • voor·woord
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘woord vooraf’ voor het eerst aangetroffen in 1838 [1]
  • samenstelling van  voor  en  woord 
enkelvoud meervoud
naamwoord voorwoord voorwoorden
verkleinwoord voorwoordje voorwoordjes

hetvoorwoordo

  1. een persoonlijk getinte tekst vooraf in een boek e.d., meestal bedoeld als inleiding
     ' Het voorwoord bij de lezingen over het onderwijs, waaruit ik hierboven citeerde, is een van die voorwoorden.[2]
     In een voorwoord bij de vijf lezingen (die Nietzsche overigens nooit zal publiceren) stelt hij drie voorwaarden aan de lezers van zijn tekst.[2]
    • Zoals het voorwoord stelt. 
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]