voorwaarts

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·waarts
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen voorwaarts
verbogen voorwaartse
partitief voorwaarts

Bijvoeglijk naamwoord

voorwaarts

  1. in een richting die naar de voorkant wijst

Bijwoord

voorwaarts

  1. in voorwaartse richting, vooruit

Tussenwerpsel

voorwaarts!

  1. commando: ga!, kom!, weg!
Antoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie