voorvoelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·voe·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

voorvoelen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voorvoelen
voorvoelde
voorvoeld
zwak -d volledig
  1. verwachten hoe iets in de toekomst zal gaan
    • Hedwiges Maduro voorvoelt dat de Eredivisie afstevent op een spectaculaire ontknoping.[1] 
    • Toch kon Juliette niet alleen blijven dansen, want het bestaan in New York was duur. „Ik moest naast mijn studie gaan werken om mijn lening terug te kunnen betalen en ging naast dans ook nog economie studeren. Dat is uiteindelijk mijn redding geweest. Het lijkt wel alsof ik voorvoelde dat ik niet zou kunnen blijven dansen.”[2] 
    • In Privé laten we deze week Diana’s testament zien, het is de laatste wil van een vrouw die voorvoelde dat zij jong zou sterven. En dat is, twintig jaar na dato, nog steeds het grootste thema rond haar dood: was het wel een ongeluk?[3] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 08 dec. 2017
  2. de Telegraaf ANNE-FLORE MULLER 05 dec. 2017
  3. de Telegraaf 30 aug. 2017