vooruitziend
Uiterlijk
- Geluid: vooruitziend (hulp, bestand)
- IPA: / voˈrœytsint / (3 lettergrepen)
- voor·uit·ziend
| vervoeging van: | vooruitzien |
| verbogen vorm: | vooruitziende |
vooruitziend
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | vooruitziend | vooruitziender | vooruitziendst |
| verbogen | vooruitziende | vooruitziendere | vooruitziendste |
| partitief | vooruitziends | vooruitzienders | - |
vooruitziend [1]
- rekening houdend met de toekomst
- Over zijn rol zei burgemeester Haverkamp: „U hebt een groot inpassingsvermogen, een vooruitziende blik, u bent creatief en kunt problemen positief oplossen. Met uw inzet voor de Volksfeesten heeft u iets blijvends toegevoegd aan Langeveen.” [2]
- Het woord vooruitziend staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vooruitziend" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Tubantia Tom Van den Berg 26-04-19 Zeven inwoners uit gemeente Tubbergen benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Onvoltooid deelwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %