vooruitblik
Uiterlijk
- Geluid: vooruitblik (hulp, bestand)
- IPA: / voˈrœydblɪk / (3 lettergrepen)
- voor·uit·blik
- samenstelling van vooruit en blik zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vooruitblik | vooruitblikken |
| verkleinwoord | vooruitblikje | vooruitblikjes |
de vooruitblik m
- voorbeschouwing op dingen die te gebeuren staan
| vervoeging van |
|---|
| vooruitblikken |
vooruitblik
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vooruitblikken
- ... dat ik vooruitblik.
- Het woord vooruitblik staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal