voortrekken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voortrekken
trok voor
voorgetrokken
klasse 3 volledig

Werkwoord

voortrekken

  1. overgankelijk een voorkeursbehandeling geven
    • Hij werd ervan beschuldigd voorgetrokken te zijn door zijn leraar. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.