voortduring

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort·du·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voortduring voortduringen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

voortduring v [1]

  1. het voortbestaan; het blijven bestaan
  2. bij voortduring: steeds
    • Volgens de jury weet McQueen „als filmmaker en videokunstenaar bij voortduring en op voortreffelijke wijze het universeel menselijke te belichten, vaak in situaties waarin mensen onderdrukt, onvrij en gekweld hun waardigheid bevechten en bewaren”.[2] 
    • Bij voortduring doen zich er aanslagen voor, niet alleen op burgers maar ook op politieagenten en militairen. In juli van dit jaar werden 23 militairen gedood bij een zelfmoordaanslag. Buiten de dunbevolkte Sinaï hebben radicale fundamentalisten ook bij herhaling koptische kerken aangevallen.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Sam de Voogt 7 september 2016
  3. NRC 25 november 2017