voorproefje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·proef·je

Zelfstandig naamwoord

voorproefje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord voorproef

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.