Naar inhoud springen

voorhebben

Uit WikiWoordenboek
  • voor·heb·ben
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voorhebben
had voor
voorgehad
onregelmatig volledig

voorhebben

  1. overgankelijk van plan zijn, voornemens zijn om
     Hij is net op kostschool gedaan door zijn ouders, die het beste met hem voorhebben, ook omdat ze zelf al op hun veertiende van school moesten.[3]
  2. overgankelijk geconfronteerd worden met, te maken krijgen met
     Ik heb het in elk geval talloze malen voorgehad dat bij het ontslag van mijn regering niemand wist wat er nadien ging gebeuren.[4]
85 %van de Nederlanders;
89 %van de Vlamingen.[5]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. voorhebben op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 3 november 2025 Weblink bron
    Michel Krielaars
    “‘Lessons’, de nieuwe Ian McEwan: de hele eeuw vervat in een magistrale roman” (20 oktober 2022) op nrc.nl op Wikipedia
  4. Wilfried Martens
    De memoires: luctor et emergo in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, voorhebben
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be