voorgoed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·goed
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

voorgoed

  1. op permanente basis, niet meer aan verandering onderhevig
    • In 1453 kwam er voorgoed een einde aan het Byzantijnse Rijk. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie