voorgoed
Uiterlijk
- voor·goed
- samenstelling van voor en goed
voorgoed
- op permanente basis, niet meer aan verandering onderhevig
- In 1453 kwam er voorgoed een einde aan het Byzantijnse Rijk.
- ▸ Het is pas voorgoed verdwenen, nadat de ziel allang is gedood.[1]
- ▸ Die nacht was haar hoop voorgoed vervlogen en spatte haar toekomst als een zeepbel uiteen.[2]
- Even wordt het spannend. Gids Rogier Meeus heeft honderduit gewaarschuwd tegen de de gevaren van de Hoge Venen, waar mensen ooit voorgoed verdwenen. Na een uitleg over het absorberend vermogen van veenmos stapt de gids –tussen de 65 en de 70– mis. Snel zakt hij weg in hetzelfde drabbige goedje. Reddende handen trekken hem eruit. „Dank u wel. Ik ben ook geen 20 meer, hè?” [3]
- Het woord voorgoed staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "voorgoed" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “De tranen der acacia's”
(1949), G.A. van Oorschot
, ISBN 9789028242364 - ↑ Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑ Reformatorisch Dagblad Gijsbert Wolvers 03-07-2009 Wegzakken in moeras van Hoge Venen
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %