voorbijgaand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·bij·gaand
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen voorbijgaand
verbogen voorbijgaande
partitief voorbijgaands

Bijvoeglijk naamwoord

voorbijgaand

  1. slechts tijdelijk van aard
    • Gelukkig is die pijn iets voorbijgaands. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
voorbijgaan

voorbijgaand

  1. onvoltooid deelwoord van voorbijgaan

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.