volstrekken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·strek·ken

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
volstrekken
volstrekte
volstrekt
zwak -t volledig

Werkwoord

volstrekken

  1. overgankelijk geheel ten uitvoer brengen
    • Met een slag van zijn zwaard volstrekte de beul het doodsvonnis.