vollers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·lers

Zelfstandig naamwoord

vollers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord voller

Bijvoeglijk naamwoord

vollers

  1. partitief van de vergrotende trap van vol