volgreeks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • volg·reeks
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord volgreeks volgreeksen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

volgreeks v/m [1]

  1. aaneengesloten rij opeenvolgende zaken of personen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.


Verwijzingen