volgieten

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·gie·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
volgieten
goot vol
volgegoten
klasse 2 volledig

Werkwoord

volgieten

  1. overgankelijk al gietend geheel vullen
    • Hij had de emmer volgegoten. 
  2. wederkerend zich dronken drinken
    • Hij had zich volgegoten met rum en begon moeilijk te doen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be