volgeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·ge·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord volgeling volgelingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

volgeling m

  1. iemand die een -vaak godsdienstig- leider volgt
    • Hij was een volgeling van Sai Baba. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be