volgebouwd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·ge·bouwd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
volbouwen

volgebouwd

  1. voltooid deelwoord van volbouwen
Verwante begrippen

Gangbaarheid