volgboot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

1:00 het zware leven op de volgboot
Uitspraak
Woordafbreking
  • volg·boot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord volgboot volgboten
verkleinwoord volgbootje volgbootjes

Zelfstandig naamwoord

volgboot v/m [1]

  1. een boot die achter iets of iemand aan vaart
    • In een groep van veertig getrainde zwemmers, begeleid door mensen in volgboten, duikt ze op 8 augustus het Marsdiep in om het traject van 4 kilometer vol te maken. Haar moeder en grootste fan Janet zit natuurlijk in de volgboot om Romée aan te sporen en vanzelfsprekend ook wel een beetje om een oogje in het zeil te houden. [2] 
    • De Aifos had gisteren een goede dag met in drie races respectievelijk een tweede, negende en vijfde plaats aan de finish. Vanaf een volgboot keken koningin Sofia en haar oudste dochter prinses Elena toe hoe Felipe het er vanaf bracht. De negende plaats was de laagste klassering deze week. [3] 
    • De man is uit het water gehaald door hulpverleners in een volgboot. Reanimatie mocht niet meer baten. De organisatie omschrijft de tocht als extreem zwaar en waarschuwde de ruim 40 deelnemers dat doorzettingsvermogen en een goede voorbereiding noodzakelijk zijn. [4] 
  2. een kleine boot die door een grote boot getrokken wordt
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.


Verwijzingen