voetzak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voet·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voetzak voetzakken
verkleinwoord voetzakje voetzakjes

Zelfstandig naamwoord

voetzak m

  1. gewatteerde zak in de vorm van een of beide voeten, waarin men de voeten warm kan houden

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.