voetstuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voet·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voetstuk voetstukken
verkleinwoord voetstukje voetstukjes

Zelfstandig naamwoord

voetstuk o

  1. een onderstel voor o.a. beelden en vazen
    • Het beeld werd op een voetstuk geplaatst. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie