voetstoel
Uiterlijk
- voet·stoel
- samenstelling van voet en stoel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voetstoel | voetstoelen |
| verkleinwoord | voetstoeltje | voetstoeltjes |
de voetstoel m
- een laag bankje of krukje bedoeld om de voet op te laten rusten
- Gitaarspelers hebben graag een voetstoeltje.
- Het woord 'voetstoel' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.