voertuig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voer·tuig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van voer (stam van het werkwoord voeren) en tuig, een tuig om te voeren dus.
enkelvoud meervoud
naamwoord voertuig voertuigen
verkleinwoord voertuigje voertuigjes

Zelfstandig naamwoord

voertuig o

  1. (verkeer) vervoermiddel met wielen of glijvlakken voor het vervoer over land van personen en goederen
    • Heden ten dage is de auto het meest gebruikte voertuig. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord voertuig voertuie

Zelfstandig naamwoord

voertuig

  1. voertuig