Naar inhoud springen

voertuig

Uit WikiWoordenboek
  • voer·tuig
  • In de betekenis van ‘vervoermiddel over land’ voor het eerst aangetroffen in 1707.[1]
  • samenstelling van  voeren ww  en  tuig zn , een tuig om te voeren dus.
enkelvoud meervoud
naamwoord voertuig voertuigen
verkleinwoord voertuigje voertuigjes

hetvoertuigo

  1. (verkeer) door de mens gemaakt vervoermiddel, gewoonlijk op wielen of glijvlakken, voor het verplaatsen over land van personen en goederen
    • Heden ten dage is de auto het meest gebruikte voertuig. 
     De campagne richt zich in eerste instantie vooral op ouders van jonge kinderen, forenzen en ouderen. Mensen van 55 jaar en ouder vormen immers bijna de helft (41 procent) van alle fietsslachtoffers op de spoed. Vaak zijn dit mensen op een e-bike, ziet Baden. "Dat heeft te maken met verminderde spierkracht, een verminderd reactievermogen en juist een sneller bewegend voertuig."[2]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
enkelvoud meervoud
naamwoord voertuig voertuie

voertuig

  1. voertuig