voelbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voel·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen voelbaar voelbaarder voelbaarst
verbogen voelbare voelbaardere voelbaarste
partitief voelbaars voelbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

voelbaar

  1. waarneembaar, merkbaar
    • Na verloop van tijd waren er steeds meer voelbare effecten van de bezuinigingen. 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl