voeging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voe·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voeging voegingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

voeging v [1]

  1. (juridisch) twee of meer juridische zaken in één rechtszaak behandelen
    • Voeging: Het samenvoegen van verschillende strafbare feiten tot één strafzaak of (in het civiele recht) het samenvoegen van twee procedures die tussen dezelfde personen lopen en hetzelfde onderwerp betreffen, dan wel verbonden zijn met elkaar. [2] 
    • De AFM heeft toegang tot vertrouwelijke informatie uit het archief van Noorlander. Met Sobi aan boord kan die informatie niet worden gedeeld. „Een voeging zou dan ook betekenen dat de AFM terughoudend zal moeten zijn met het in geding brengen van vertrouwelijke gegevens en daardoor beperkt wordt haar aanklacht deugdelijk te onderbouwen.” [3] 
    • Ook is voorstelbaar dat beide zaken worden samengevoegd. Vervolgens zouden „theoretisch” beide zaken in Nederland kunnen worden behandeld, ook al heeft Nederland geen uitleveringsverdrag met Peru. Ook zou Peru beide zaken kunnen voegen. Als het tot een voeging zou komen, dan acht Knoops berechting in Peru het waarschijnlijkst. „Een strafzaak in Nederland ligt niet voor de hand. Ook al omdat met name de Amerikanen geen goed woord over hebben voor hoe op de Nederlandse Antillen de zaak tot nu toe is behandeld. ” [4] 
    • Gezien het belang van deze zaak heeft Fastned heeft aan de rechter een zogenaamd verzoek tot voeging gedaan. Dat betekent dat de belangen van de staat en Fastned gelijk op gaan. De landsadvocaat heeft zich niet verzet tegen dit verzoek. [5] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Verwijzingen