Naar inhoud springen

voegde

Uit WikiWoordenboek
  • voeg·de
vervoeging van
voegen

voegde

  1. enkelvoud verleden tijd van voegen
    • Ik voegde. 
    • Jij voegde. 
    • Hij, zij, het voegde. 
    ▸ 'En wie', voegde Augustinus daar retorisch aan toe, 'is er niet met dit bestaansfeit bekend?'9 Wel nieuw, lees ik in het Handbook of Jealousy, is de slechte reputatie die jaloezie tegenwoordig geniet.[1]
    ▸ De speciale positie 'van zo een eenzame vogel', voegde hij daaraan toe, 'is niet moeilijk te begrijpen'.[1]
  1. 1 2
    Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697