vochten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voch·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vochten
vochtte
gevocht
zwak -t volledig

Werkwoord

vochten [2]

  1. vochtig maken of houden
Synoniemen
Hyponiemen

Werkwoord

vervoeging van
vechten

vochten

  1. meervoud verleden tijd van vechten
    • Wij vochten. 
    • Jullie vochten. 
    • Zij vochten. 

Zelfstandig naamwoord

vochten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vocht

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Verwijzingen