vocht terug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vocht te·rug
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
terugvechten

vocht terug

  1. enkelvoud verleden tijd van terugvechten
    • Ik vocht terug. 
    • Jij vocht terug. 
    • Hij, zij, het vocht terug. 


Gangbaarheid