vluggerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlug·gerd
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van vlug met het achtervoegsel -erd
enkelvoud meervoud
naamwoord vluggerd vluggerds
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vluggerd m [1]

  1. iemand die heel vlug en efficiënt werkt
    • Het zou kunnen zijn dat zij een echte vluggerd is, die bijvoorbeeld dubbel zo vlug en efficiënt werkt als de gemiddelde zorgverlener. [2] 
    • Gemiddeld besteden echtparen samen 29 uur per week aan het huishouden (vrouwen 21 uur, mannen 7,8 uur). Vlamingen zitten daar met bijna 31 uur nog boven, Fransen hebben met 16 uur al genoeg. Hoe het huishouden er bij de vluggerds aan toe is, hebben de wetenschappers niet onderzocht. [3] 
  2. iets of iemand die zich snel beweegt
    • De Indiase plaat vertraagde na de botsing met Azië (die het Himalayagebergte deed ontstaan), maar met 5 centimeter per jaar blijft het een vluggerd. [4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Ton Postmes 17 maart 1998 Ziekenverzorgers (1)
  3. De Standaard 29 NOVEMBER 2007 (kidr) Noorse vrouwen minst aan de haard, Vlaamse iets meer dan gemiddeld
  4. De Standaard 18 OKTOBER 2007 OM 00:00 UUR | (kidr) India is dun en snel
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be