vlotgaand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlot·gaand
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen vlotgaand
verbogen vlotgaande
partitief vlotgaands

Bijvoeglijk naamwoord

vlotgaand [1]

  1. weinig waterdiepte nodig hebbend om te kunnen varen
    • Vlotgaand, bn. een - schip, schip dat weinig waterdiepte noodig heeft. [2] 

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen