vloten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlo·ten

Zelfstandig naamwoord

vloten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vloot

Werkwoord

vervoeging van
vlieten

vloten

  1. meervoud verleden tijd van vlieten
    • Wij vloten. 
    • Jullie vloten. 
    • Zij vloten. 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be