vloot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vloot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vloot vloten
verkleinwoord vlootje vlootjes

Zelfstandig naamwoord

vloot v/m

  1. bij elkaar horende schepen
    • De Britse vloot versloeg in 1805 de Frans-Spaanse vloot bij het Spaanse Trafalgar. 
  2. bij elkaar horende vliegtuigen
    • De vliegtuigmaatschappij heeft een aantal nieuwe vliegtuigen aan haar intercontinentale vloot toegevoegd. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vlieten

vloot

  1. enkelvoud verleden tijd van vlieten
    • Ik vloot. 
    • Jij vloot. 
    • Hij, zij, het vloot. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl
  4. etymologiebank.nl


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord vloot vlote

Zelfstandig naamwoord

vloot

  1. vloot