vlooienmarkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlooi·en·markt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlooienmarkt vlooienmarkten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vlooienmarkt m

  1. rommelmarkt, luizenmarkt
    • ` Waar hebben jullie deze tafel gekocht?' vroeg Luc. `Op een alleraardigste vlooienmarkt. Ergens buiten. Haha.' Niemand lachte mee. Eduard streelde de tafel. Hij was verliefd. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 129