vlooienmarkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlooi·en·markt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlooienmarkt vlooienmarkten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vlooienmarkt m

  1. rommelmarkt, luizenmarkt
     Een jongeheer van dertien jaar kocht deze afleveringen aan een boekenstalletje op de marché aux puces (vlooienmarkt) voor de nietige som van acht sous.[3]
    • `Waar hebben jullie deze tafel gekocht?' vroeg Luc. `Op een alleraardigste vlooienmarkt. Ergens buiten. Haha.' Niemand lachte mee. Eduard streelde de tafel. Hij was verliefd. [4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. vlooienmarkt op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink Weblink bron JMT Parijsche brieven, XXIII, Parijs 12 november 1895 in: Alkmaarsche Courant, (20 november 1895), Herms Coster & Zoon, p. 1
  4. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 129
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be