vloedplank

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. schotten bestemd om een opening in een dijk dicht te maken bij hoogwater
Uitspraak
Woordafbreking
  • vloed·plank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vloedplank vloedplanken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vloedplank v / m

  1. (waterstaat) schot bestemd om een opening in een dijk dicht te maken bij hoogwater
  2. (scheepvaart) schot op een schip dat verhindert dat water ruimtes instroomt waar mensen verblijven
  3. (bouwkunde) plankje langs de onderkant van vensters dat water buiten zo afvoert dat het niet langs de kozijnen kan binnnenkomen
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen